Text copied!
CopyCompare
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939 - Jozua - Jozua 13

Jozua 13:14-26

Help us?
Click on verse(s) to share them!
14Alleen aan de stam Levi heeft hij geen erfdeel gegeven; Jahweh, Israëls God, moest zijn erfdeel zijn, zoals Jahweh het hem had bevolen.
15Aan de families van de stam der Rubenieten had Moses haar deel toegewezen.
16Zij kregen het gebied van Aroër af, aan de oever van de Arnon, met de stad halverwege die beek, en de gehele vlakte tot Chesjbon,
17met al zijn steden op die vlakte: Dibon, Bamot-Báal, en Bet-Báal-Meon,
18Jáhas, Kedemot en Mefáat,
19Kirjatáim, Sibma en Séret-Hassjáchar op het gebergte der vallei,
20Bet-Peor met de hellingen van de Pisga en Bet-Hajjesjimot;
21vervolgens alle steden der vlakte met het hele rijk van den Amorietenkoning Sichon, die in Chesjbon regeerde, en dien Moses verslagen had met de midjanietische vorsten: Ewi, Rékem, Soer, Choer en Réba, welke als Sichons vazallen dit land bewoonden,
22en tegelijk met den waarzegger Balaäm, den zoon van Beor, door de Israëlieten met het zwaard waren gedood.
23De grens van Ruben was de Jordaanstreek. Dit is het erfdeel van de families der Rubenieten: de steden met de bijbehorende dorpen.
24Ook aan de families van de stam der Gadieten had Moses haar deel toegewezen.
25Zij kregen het gebied van Jazer, met alle steden van Gilad, en het halve land der Ammonieten tot aan Aroër tegenover Rabba;
26vervolgens het gebied van Chesjbon tot Ramat-Hammispe en Betonim, en dat van Machanáim tot aan het gebied van Debir;

Read Jozua 13Jozua 13
Compare Jozua 13:14-26Jozua 13:14-26